geen terugval

Geen terugval. Wel een verdieping van belichaming.

Eén van de rijke inzichten die het leven me bracht, is dat soms de grootste struikelblok in het ervaren van diepe rust, ontspanning en vrede ligt in onze neiging om ernaartoe te ‘werken’.

Alsof rust het resultaat is van het juist uitvoeren van een oefening.
Alsof vrede verschijnt wanneer we maar vaak genoeg doen wat voorgeschreven wordt.
Alsof er ergens een betere versie van ons wacht — altijd positief, uitgerust, gelukkig en in evenwicht — en we daar enkel nog hard genoeg ons best voor moeten doen.

Wat ik steeds opnieuw zie — in mezelf en in de mensen met wie ik werk — is hoe snel we beginnen geloven dat er op dit moment iets niet oké is aan ons.
Aan wat we voelen.
Aan hoe ons leven eruitziet.
Aan wat zich nu of vroeger heeft afgespeeld.

Maar wat als het geen wedstrijd is?
Wat als je je bestemming niet kan ontlopen, simpelweg omdat je haar al in je draagt?

Voor mij heeft groei weinig te maken met prestatie of erkenning.
Noch met tastbaar bewijs.
En al zeker niet met het overstijgen van je menselijkheid.

Groei vraagt geen bovenmenselijkheid.
Ze vraagt aanwezigheid.

Het durven erkennen dat je beide in je draagt:
het menselijke — met zijn kwetsbaarheid, emoties, schaduw en patronen —
én iets dat groter, krachtiger en wijzer is dan je verstand kan bevatten.

Die twee horen samen.

Groei is voor mij een huwelijk tussen die delen.
Een dagelijkse bereidheid om kennis, inzichten, rouw, verwerking en vaardigheden niet als trucjes te gebruiken, maar als levende ervaring.

Niet om beter te worden.
Niet om waardevoller te zijn.
Maar om steeds vollediger te leven.

Overleven heeft zijn plaats.
Maar leven ook.

Je bent niet bijzonder of verheven omdat je je emoties kan reguleren of je patronen begrijpt.
Dat is geen eindpunt.

Het is een uitnodiging om nederig en wakker te blijven.
Om dezelfde emoties opnieuw te zien opduiken zonder te denken dat je terug bij af bent.

Ik ben gaan zien dat wat ik vroeger een terugval noemde, vaak gewoon een diepere laag van belichaming was.

Geen terugval.
Wel verdieping.

Hoogtes en laagtes horen bij deze aardse reis.
Ze zijn noch je fout, noch je verdienste.

De kunst is om jezelf niet te verlaten wanneer het schuurt.
Om niet te verdwijnen in oude verhalen.
Om niet koortsachtig te zoeken naar oplossingen.

Maar om stil te blijven.
Nabij te blijven.
Te voelen wat er gevoeld wil worden.

En diep te beseffen dat de schaduw geen bewijs is van falen —
maar van licht.

Hoe krachtiger je licht straalt,
hoe duidelijker je je schaduwen zal zien.

En misschien is dat geen teken dat je achteruitgaat.
Misschien is het een teken dat je dieper aan het thuiskomen bent.