
Wanneer het nieuws je raakt en je eigenlijk een uitnodiging ontvangt om vrede te belichamen.
Wat als de onrust in de wereld ons niet alleen wil wakker schudden, maar ons ook wil uitnodigen om de vrede waar we zo naar verlangen steeds meer in onszelf te belichamen?
Het kan invallen als een bom
Is het je wel eens opgevallen hoe het soms gaat wanneer je door de krant bladert, een bericht op social media leest of naar het nieuws luistert? Hoe er plots uit het niets een emotie opstaat die je bijna helemaal lijkt over te nemen?
Soms voel je hoe je bloed begint te koken van verontwaardiging. Soms komt er een misselijkheid opzetten bij het zien of horen van wat mensen elkaar aandoen. Soms voel je een pijnlijke steek in je hart omdat zoveel onrecht herkenbaar aanvoelt. En soms slaat het om in een verlammende verwarring, een ongeloof over zoveel onbegrijpelijke onmenselijkheid die haast normaal lijkt te zijn geworden.
Het gevoel van machteloosheid kan weer omslaan in een vlaag van woede. Een bijna automatische drang om op een paard te springen en ten strijde te trekken. Met woorden die gal spuwen. Met een beschuldigende vinger die wijst naar die ander — die machtiger, groter, sterker of sluwer lijkt te zijn.
Zij zijn groot en…
Waarom worden zij gehoord?
Waarom mogen zij beslissen?
Waarom hebben zij de macht om ongestraft te handelen?
En ergens, soms luidop maar vaak ook stil vanbinnen, klinkt nog een andere vraag mee.
Waarom luistert er niemand naar mij?
Waarom word ik niet geloofd?
Waarom moeten ik, of mensen die mij dierbaar zijn, telkens aan het korte eind trekken?
Waarom ziet de wereld er niet uit zoals ik diep vanbinnen voel dat hij eruit zou kunnen zien — een plek waar ieder mens een waardig en respectvol leven mag leiden? Waarom kan er niet meer rust zijn. Meer veiligheid. Meer eerlijkheid, vertrouwen, verbinding en samenhorigheid. Waarom kan liefde niet gewoon het hoogste goed zijn waarnaar we leven?
Luisteren naar de roep diep vanbinnen
Misschien herken je iets van deze vragen in jezelf.
En misschien komt er dan ook een andere vraag naar boven.
Hoelang wil je diezelfde wond nog met je meedragen? De wond van niet gehoord of niet gezien worden. Het gemis aan rust en vrede. Het onvervulde verlangen naar liefde.
Wat als al die berichten die je raken, al die emoties die ze in beweging brengen, je eigenlijk iets zeldzaam waardevols komen tonen?
Misschien raken of maken ze een barst in het pantser dat je ooit bouwde rond onverwerkte pijn. Pijn van momenten waarop jij — of iemand van wie je houdt — onrechtvaardig behandeld werd en je niet in staat leek de situatie te veranderen. Momenten waarop je gestraft werd omdat je je stem gebruikte. Momenten waarop je werd buitengesloten omdat je niet voldeed aan verwachtingen.
De tijd van dimmen is voorbij
Misschien waren er momenten waarop je onbewust besloot om te dimmen. Om te pleasen. Om stil en onzichtbaar te worden. Omdat ergens het oude zinnetje bleef rondzingen: zij zijn groot en ik ben klein.
Wat als al die onverwerkte emoties net mee de brandstof zijn geweest van dat klein blijven.
Wat als de boosheid en verontwaardiging die je voelt niet bedoeld zijn om anderen aan te vallen en zo het oude verhaal van daders en slachtoffers verder te versterken, maar je eigenlijk de weg wijzen naar iets veel diepers. Naar verlangens die ooit ondergesneeuwd raakten. Naar basisrechten die ieder mens toekomen. Naar dingen die jij jezelf misschien steeds meer mag gaan gunnen.
Ongeacht wat de gevolgen zijn. Ongeacht wat anderen daarvan vinden. Ongeacht of je er nog bij lijkt te horen of niet.
Je ziel wil vrij zijn
Wat als je eigenlijk de kans krijgt om je ziel niet langer te verkopen aan het circus van strijd en macht. Om vrijwillig afscheid te nemen van de veilige tralies van een kooi waarvan je ooit dacht dat ze bescherming boden.
Om opnieuw open te staan voor een vrijer leven. Een leven met misschien minder schijnzekerheden, maar met meer ruimte om werkelijk te leven.
Misschien draagt alle onrust in de wereld ook een uitnodiging in zich. Een kans om ieder voor zich, en misschien ook samen, opnieuw verantwoordelijkheid te nemen voor hoe we willen leven. Om nieuwe manieren te vinden om solidariteit te voeden en verbinding te laten groeien zonder afhankelijk te blijven van systemen of mensen waar je diep vanbinnen nauwelijks nog vertrouwen in voelt.
Misschien kan echte vrede pas ontstaan wanneer we als mens eerlijk durven worden tegenover onszelf en tegenover elkaar. Wanneer we opnieuw leren vertrouwen op onze eigen vleugels. De energie die we blijven steken in het bevechten van de boosdoener buiten ons, neemt immers vaak ook het leven weg dat binnenin ons wil stromen.
Rouw als transformator
Rouwen om verlies. Rouwen om veranderingen die niet fijn voelen. Rouwen om gedrag van anderen — of van onszelf — waar we niet altijd vat op hebben. Het bezit een ongelooflijke bevrijdingskracht.
Niet omdat het zegt: ik geef me over, jij wint.
Maar omdat het zegt:
ik geef iets of iemand anders niet langer de macht over de kwaliteit van mijn gevoelens, mijn gedachten en mijn leven.
Ik kies ervoor om niet langer de levensomstandigheden te bevechten.
Ik kies ervoor om mijn kostbare tijd en energie te steken in léven.
En dààr, in dat leven zelf, ligt nog een enorme hoeveelheid onontgonnen ruimte. Een rijkdom die misschien wel meer waard is dan goud.
Vrede zijn
Misschien zit daar wel een bijna magische beweging in verscholen.
Een beweging van voortdurend zoeken naar liefde en vrede in de buitenwereld, naar een langzaam maar diepgaand belichamen van rust en vrede in jezelf.
Niet omdat de wereld plots perfect wordt. Niet omdat onrecht je onverschillig laat. Maar omdat er in jou een plek groeit die niet langer volledig afhankelijk is van wat er buiten gebeurt.
Een plek waar zachtheid mag bestaan naast verdriet. Waar helderheid kan opkomen zonder dat woede alles hoeft over te nemen. Waar liefde niet langer iets is waar je wanhopig naar moet zoeken, maar iets dat stilaan door je eigen aanwezigheid heen begint te ademen.
Misschien is dat wel één van de krachtigste bijdragen die een mens kan leveren aan deze wereld.
Niet nog harder roepen.
Niet nog feller strijden.
Maar steeds weer terugkeren naar dat innerlijke kompas. Naar die plek waar vrede niet alleen een ideaal is, maar een ervaring die je beetje bij beetje leert bewonen.
En misschien begint echte verandering wel precies daar — in een mens die de moed vindt om vrede niet langer te zoeken, maar ze van binnenuit te gaan leven.