
Ik vertel je hieronder graag even een persoonlijk verhaal… over grenzen en thuiskomen. En hoe moeilijk ik het lang vond om beiden op een gezonde manier toe te laten in mijn leven
Leven vanuit je kern is geen eindbestemming. Het is een dagelijkse keuze.
Het moment waarop ik mezelf in de steek liet
Er was een moment waarop ik voor het eerst echt begreep wat het betekent om mezelf in de steek te laten. Het gebeurde niet in één klap, niet door één beslissing. Het sloop erin. Ik voelde wat ik voelde, ik probeerde het aan te geven en toen ik me afgeblokt en overtroefd voelde, krabbelde ik terug. Ik ging twijfelen. En in die twijfel liet ik mezelf los.
Het was tijdens een bevalling. Mijn lichaam wist wat het nodig had, voor, tijdens en erna. Dat stille, diepe weten dat niet uit mijn hoofd komt maar uit iets wat veel ouder en wijzer is dan mijn hoofd ooit zal zijn. Maar de stem van het medisch gezag klonk luider. Zeker en stellig, zonder ruimte voor twijfel: “Als je dit niet doet, breng je je kind in gevaar. Dit is jouw verantwoordelijkheid. Jij kunt niet weten wat goed is, want jij kunt dat niet bewijzen.” Er was geen uitnodiging tot gesprek. Er was een muur. En op dat moment, kwetsbaar en bang om iets kostbaars te schaden, zweeg ik. Ik liet de regie los. En ik droeg de gevolgen daarvan nog jaren mee, in mijn lichaam én in mijn ziel.
Het patroon dat bleef terugkomen
Wat er daarna bleef nazinderen was niet alleen een waakmodus die constant scande of het veilig was. Het was vooral het schuldgevoel. En telkens weer opnieuw, als diezelfde soort stem zich aandiende, in andere contexten, van andere mensen, maar met dezelfde toon en dezelfde stelling, dan zakte er iets in me weg. Niet omdat ik het geloofde. Maar omdat de twijfel snel genoeg was om me uit mijn kracht te halen voor ik besefte wat er gebeurde. Het contact met wat ik diep vanbinnen wist en voelde, verdween als sneeuw voor de zon. Het lichaam ging in overleving. En vanuit die plek was het bijna onmogelijk om nog te vertrouwen op wat ik eigenlijk aanvoelde.
En paradoxaal genoeg: toen ik een tweede keer, bij mijn tweede bevalling, mocht ervaren hoe het ook kon, hoe het voelde om wél te vertrouwen op mezelf, bracht dat een nieuwe kramp met zich mee. Een bewijsdrang. De krampachtige wil om nooit meer dezelfde fout te maken. En die gespannen energie, die strijdvaardigheid die eigenlijk angst was in vermomming, zorgde ervoor dat ik strak en alert bleef in plaats van open en geworteld. En het leven, dat altijd preciezer is dan wij denken, bleef datzelfde thema aanbieden. Steeds opnieuw, in een andere vorm, met een andere persoon, maar met dezelfde uitnodiging: leer hier eindelijk echt in te staan.
Dit werd me niet aangeboden als straf, eerder als leermateriaal. Aangeboden door het leven zelf, met de precisie van iets wat veel groter en wijzer is dan alle droge kennis op aarde bijeen.
Van bewijzen naar beleven
Zolang je energie zit in het bewijzen dat je het goed doet, blijf je gefocust op de uitkomst en resultaat. Op of het klopt volgens de normen en waarden van een ander. En ondertussen mis je de reis zelf. De successen én de zogenaamde fouten, want ook die dragen iets in zich. Een inzicht, een omweg die toch ergens naartoe leidt, een stukje van jezelf dat je alleen daar kon tegenkomen.
De stem die alles zo dramatisch groot maakt, die elk struikelen omtovert tot een bewijs van falen, is geen gezonde raadgever. Ze jaagt je naar een vorm van perfectie die nooit te bereiken is. En erger nog: ze doet je de schoonheid missen van de imperfecte perfectie van het leven zelf. We zijn hier niet om supermensen te zijn. We zijn hier om het leven echt te leven.
De weg terug naar jezelf
Wat ik langzaam heb leren begrijpen is dit: die ervaringen waren niet het bewijs dat ik het verkeerd deed. Ze waren een uitnodiging naar iets anders. Naar zachte kracht. Naar vergeven, van mezelf én van anderen. Naar het opnemen van een verantwoordelijkheid die niet voelt als een last maar als een thuiskomen. De verantwoordelijkheid om me te laten leiden door waar ík op vertrouw. Door wat door mij geleefd wil worden.
Die weg is niet afgerond. Dat zeg ik zonder schaamte. De beweging naar leven vanuit mijn kern, naar gedragenheid, naar een volwassen versie van zachte kracht, die is nog steeds gaande. Elke dag opnieuw. Soms soepel, soms met weerstand, soms struikelend over dezelfde steen als jaren geleden.
En dat stemt me niet treurig, maar eerder dankbaar. Want elke keer dat het patroon zich aandient, is er ook de kans om anders te kiezen. Om niet meer te zwichten voor de stem van buiten die zegt dat ik het fout doe. Om de hand op mijn eigen hart te leggen en te vragen: wat voel ik hier? Wat weet ik hier, diep van binnen, als ik even stop met luisteren naar alles wat van buiten komt? De stap die ik nu wil zetten wordt die gestuurd door liefde en vertrouwen of door angst en bewijsdrang?
Ik leerde dat een grens stellen niet altijd iets is wat je uitspreekt. Soms is het iets wat je belichaamt. Een terugkeer naar jezelf, niet als reactie op de ander, maar als keuze voor wie je bent en wie je wil zijn.
Wat ik die jonge vrouw zou willen zeggen
Als ik terugga naar dat moment op die tafel, weet ik wat ik die jonge vrouw zou willen zeggen. Niet dat ze harder had moeten vechten. Maar gewoon: het is oké. Je bent veilig. Vertrouw op wat je voelt. Je lichaam weet het. Jij weet het. En dat iets groters dan jij, dat je voelde maar niet durfde te volgen, het was er. Het is er nog steeds. Het wacht gewoon tot je stil genoeg bent om het te horen.
Ken jij dat gevoel, van weten wat je weet maar het toch loslaten omdat de buitenwereld harder klinkt dan jijzelf? Ik lees je graag: info@janaschoefs.be