waar menszijn niets meer hoeft te bewijzen

Waar mens-zijn niets meer hoeft te bewijzen ontmoeten twee harten elkaar in vrede.

Woorden schieten tekort

Vorige week overleed mijn oma, op een gezegende leeftijd van net geen 98 jaar. En dat bracht een beweging in mij teweeg waar ik nog steeds middenin zit.

Een deel van mij wil naar binnen keren, stil worden, laten bezinken wat er te bezinken valt. En tegelijk is er een ander deel dat blijft voelen hoe rijk deze periode is geweest en hoe belangrijk het voor me is om die rijkdom niet voor mezelf te houden. Het uit zich dus nu in een organische beweging van binnen naar buiten en weer omgekeerd… net als het ademen of het leven zelf.

De afgelopen dagen heb ik geprobeerd woorden te vinden voor wat mijn oma mij heeft nagelaten. En hoe meer ik schrijf, hoe meer ik voel dat dit niet alleen over haar gaat.

Zien en gezien worden

Het raakt iets wat ik al langer herken in mijn leven: in de relatie met mijn kinderen, in mijn werk, in de mensen die ik begeleid, in de liefde, in de manier waarop we elkaar als mens ontmoeten.

Het gaat over wat er gebeurt wanneer iemand zich écht gezien voelt. Niet aan de oppervlakte, maar daaronder.

Ken je dat verlangen… om gezien te worden onder al je lagen? De lichte lagen, maar ook de moeilijke? Om niet herleid te worden tot wat niet lukt of niet mooi is, maar om ergens in jezelf weerspiegeld te voelen dat je klopt, dat je waardevol bent, dat je mag bestaan zoals je bent?

En tegelijk het verlangen om gewoon te mogen zijn. Zonder uitleg, zonder verdediging, zonder het gevoel dat je eerst iets moet bewijzen om welkom te zijn. En ook het verlangen om te mogen geven wat in je leeft, en dat het ontvangen wordt zonder dat het kleiner wordt gemaakt of meteen weer in vraag wordt gesteld.

De kracht van eenvoud

Toen ik het voorbije anderhalf jaar elke dinsdag bij mijn oma zat, mocht ik dat niet alleen begrijpen, maar ook echt ervaren.

In kleine dingen. In samen foto’s bekijken. In bloemen die ik meebracht. In het breien met vier naalden dat ze me nog leerde en waar ze zo fier op was. In het delen van eten. In haar trots wanneer ze vertelde dat ik er was. In haar blik wanneer ik binnenkwam. En uiteindelijk in het steeds kleiner worden van alles wat “doen” was, tot er vooral nog gewoon “samen zijn” overbleef.

Soms wist ze mijn naam niet meer. En toch voelde ik elke keer opnieuw: ze weet wie ik ben. Ze herkende me op een laag waar geheugen geen toegang meer toe nodig had.

De helende kracht van nabij zijn

De rouw die ik nu ervaar gaat dieper dan het afscheid van mijn oma alleen. Want in die anderhalf jaar is er ook iets in mij verschoven.

Ze heeft me geholpen om nog meer te vertrouwen op iets wat ik eigenlijk altijd al intuïtief wist: dat een mens zoveel meer is dan zijn mogelijkheden, zijn prestaties, zijn gezondheid, zijn gedrag of zijn verhaal.

Dat er een laag bestaat die niet verdwijnt wanneer alles verandert. En dat precies daar iets zichtbaar wordt wat helend kan zijn voor beide mensen.

Wat ik met haar mocht ervaren werd week na week eenvoudiger en tegelijk dieper. Het was een geschenk voor ons allebei, een uitwisseling die je misschien gewoon liefde zou kunnen noemen.

Liefde is sterker dan…

En er was tegelijk ook de andere kant: de frustratie, de machteloosheid, het verdriet om wat verdwijnt, het niet altijd weten wat “goed doen” is wanneer iemand achteruitgaat. Het zoeken, het rouwen, het menselijk tekortschieten langs beide kanten.

En toch… ergens daaronder bleef er iets bestaan dat daar niet door geraakt werd.

Een soort samenzijn voorbij alles wat moeilijk werd. Een diepe herkenning die geen woorden nodig heeft.

Misschien is dat wel het meest confronterende en tegelijk het grootste geschenk van deze periode geweest: dat zij misschien de eerste in mijn familie was die mij op die laag zo direct kon ontmoeten.

Zonder dat we daar iets voor moesten doen. Het werd steeds eenvoudiger om gewoon mezelf te zijn bij haar. En wat ik nu steeds duidelijker voel, is dat het net omdat ik mezelf de voorbije jaren meer heb leren toelaten, dichter bij mezelf en zonder oordeel, dat ik deze periode met mijn oma op zo’n diepe manier heb mogen beleven. Het voelt als een logische verdieping van iets wat al langer in beweging was.

Geen einde maar een nieuw begin

En precies dat is wat ik mezelf nu verder gun. Dat die manier van aanwezig zijn nog zichtbaarder wordt in mijn andere relaties. Niet omdat het er nog niet is, het is er al, maar het mag nog dieper. Ook in relaties die nog lading meedragen uit het verleden. Want ook de relatie met mijn oma was ooit zo’n verhaal.

Dit is ook wat ik het liefst deel in mijn begeleidingen. Die zachte, geduldige weg naar jezelf en van daaruit naar de ander, zonder dat je eerst iets moet bewijzen om welkom te zijn.

Misschien is dat wat liefde in haar meest eenvoudige vorm doet: ze maakt ruimte waar je mag bestaan zoals je bent.

En misschien is dat ook wat doorleeft in alles wat ik aanbied.

Wat ik je deze zomer vooral gun, is zo’n plek. Een plek waar niets bewezen hoeft te worden. Waar je even mag landen in jezelf, precies zoals je nu bent.